4-mei-lezing 2026 door Mardjan Seighali en muziek van Houtens Kamerkoor Rondo

De jaarlijkse 4-mei-lezing werd dit jaar gehouden door Mardjan Seighali, getiteld "Wie Vrede Wil, Moet Verhalen Delen". De volledige lezing is hieronder na te lezen.

Houtens Kamerkoor Rondo onder leiding van Gilles Michels verzorgde aansluitend de muziek, begeleid door Pieter Koning op orgel en piano, en Fama Koning als solist en cellist.


De volledige 4-mei-bijeenkomst is terug te kijken via de livestream van de Rooms-Katholieke kerk Houten: https://www.youtube.com/live/3jtcICHlGwE.



Geachte aanwezigen, lieve mensen,

Wie vrede wil, moet verhalen delen. Niet om het verleden te bezitten, maar om het menselijk te houden.

We zijn hier vanavond bij elkaar om de verschrikkingen van strijd en oorlog te herdenken - morgen vieren we de vrijheid.

Daarom sta ik hier nu, vanavond: om te herdenken en te herzien. Om stil te staan bij alle oorlogen en alle slachtoffers, om de offers die zij brachten. Ik heb geen persoonlijk verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Mijn familie heeft niet in een kamp gezeten, mijn voorouders zijn niet omgekomen in die verschrikkingen. Mijn geschiedenis ligt ergens anders - maar de vraag die ons hier samenbrengt is dezelfde:

Hoe beschermen en behouden we onze waardigheid als mens in barre omstandigheden?

Mijn geschiedenis, mijn jeugd ligt in Iran, een land in oorlog. Maar vooral ook een land van poëzie, van mystiek, van eeuwenoude verhalen. En een land waar vrijheid nooit vanzelfsprekend is geweest. Waar stilte soms veiliger is dan spreken. Waar ik leerde dat je hart een plek is die je moet beschermen, soms zelfs verstoppen.

En toch, hoe verschillend onze Nederlandse en Iraanse geschiedenissen ook zijn, zij raken elkaar.

Want onrecht, angst en verlies kennen geen grenzen. En de vraag hoe we mens blijven in moeilijke tijden, is universeel.

Vanavond wil ik daar op drie manieren bij stilstaan:

  1. Het morele raamwerk dat een samenleving draagt.
  2. Het verschil tussen kijken en zien, en de kracht van verhalen.
  3. Persoonlijke ervaring, waakzaamheid en het gevaar van onverschilligheid.

[1. Het morele raamwerk]

Toen ik in Nederland kwam, ontdekte ik iets wat ik in Iran nauwelijks had gekend: dat een samenleving gebouwd kan zijn op vertrouwen.

Op ruimte.

Op het idee dat ieder mens ertoe doet.

Ik leerde hier door een ander venster naar een samenleving, naar goed samen leven te kijken. Dat is wat ik bedoel met een moreel raamwerk.

Een concrete ervaring die je voelt in de manier waarop mensen elkaar aankijken. In de manier waarop we luisteren. In de manier waarop we ruimte maken voor elkaars verhaal, met aandacht.

Als mensen zijn we morele wezens. En ‘het goede’ doen is geen bezit dat je één keer verwerft en daarna kunt opbergen. Het is iets dat voortdurend aandacht vraagt. Het leeft in de dagelijkse omgang tussen mensen. In de keuzes die we maken wanneer niemand kijkt. In de woorden die we gebruiken, in de stiltes die we laten vallen, in de ruimte die we elkaar gunnen.

Het begint klein. Met wie we groeten. Met wie we overslaan. Met wie we als mens zien en wie we reduceren tot een rol.

En het begint ook met taal. Met woorden die eerst onschuldig lijken en dan langzaam verschuiven. Met zinnen als: “Zo gaat dat nu eenmaal.” Met regels die “neutraal” lijken, maar in hun uitwerking mensen uiteen trekken.

Want ontmenselijking kondigt zich zelden luidruchtig aan. Ze sluipt binnen. Ze verschuift langzaam.

Ontmenselijking verstopt zich in formulieren, in beleid, in redelijkheid. Wat eerst ondenkbaar leek, wordt bespreekbaar. Wat bespreekbaar wordt, wordt uitvoerbaar. En wat uitvoerbaar wordt, wordt gewoon.

Op 4 mei herdenken we - dat is geen ritueel van schuld, maar een oefening in waakzaamheid. Een oefening om te herkennen hoe snel grenzen kunnen verschuiven wanneer we niet opletten. Een oefening om te blijven voelen wat menselijkheid vraagt, wat het vraagt om mens te zijn.


[2. Kijken, zien en het belang van verhalen]

We leven in een tijd waarin we veel kijken. Naar schermen, naar beelden, naar statistieken.

Maar zien vraagt iets anders. Zien vraagt dat we de mens achter het beeld blijven herkennen. Kijken is registreren. Zien is erkennen.

Kijken kan afstand scheppen. Zien brengt nabijheid. En nabijheid is geen luxe het is de plek waar het morele kompas weer kan aanslaan. Soms is ‘zien’ niet genoeg. Soms vraagt menselijkheid om iets anders - iets dat geen woorden nodig heeft.

Om samen in stilte op te lopen. Om samen te huilen. Om naar de sterren te kijken wanneer de nacht te zwaar wordt. Om iemands hand vast te houden zonder iets te hoeven uitleggen. Om samen te herdenken. Samen te voelen wat vrijheid geeft. Wat waardigheid betekent. Wat de kwetsbare belofte van democratie eigenlijk is.

Want misschien is dat het: dat we alleen in die gedeelde stilte, in dat gedeelde voelen, weer kunnen hopen. Verhalen helpen ons daarbij. Ze maken jouw stilte voelbaar, ze maken mijn stilte draaglijk.

Onze stemmen doorbreken de afstand die systemen soms creëren. Ze maken abstracte begrippen concreet. Ze laten ons voelen wat onrecht met een mens doet.

Onze stemmen brengen de harmonie terug. Wanneer iemand spreekt over verlies, hoor je niet alleen feiten - je voelt de leegte. Wanneer iemand spreekt over vernedering, hoor je niet alleen wat er gebeurde - je hoort wat er brak. Wanneer iemand spreekt over hoop, voel je hoe kwetsbaar en kostbaar die hoop is.

Onze verhalen maken geschiedenis tot een gedeelde ervaring. Ze brengen het vreemde en het bezette land van het verleden dichterbij. Ze geven context en betekenis. Ik heb in mijn leven geleerd dat verhalen een brug kunnen slaan tussen werelden die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Tussen een meisje in Iran dat vocht voor vrijheid, en een samenleving hier die herdenkt wat er in de Tweede Wereldoorlog verloren ging.

Daarom geloof ik: Wie vrede wil, moet verhalen delen.

Omdat vrede niet begint bij grote woorden, maar bij het durven vertellen wat pijn heeft gedaan, wat hoop heeft gegeven, wat ons mens heeft gehouden.

Juist in het voelen van die pijn groeit mijn besef waarom 4 mei zo wezenlijk is en dat ieder dat op zijn of haar eigen manier mag dragen. Het herinnert ons eraan om te blijven uitspreken: nooit meer, en om waakzaam te blijven voor de sluipende kracht van onverschilligheid. Vrede bewaken is een daad van beschaving.


[3. Persoonlijke ervaring, waakzaamheid en onverschilligheid]

Mijn eigen geschiedenis is geen geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Wel van onderdrukking en strijd. Ik heb Iraanse gevangenissen overleefd. Misschien ben ik daarom een humanist: omdat ik heb gezien hoe geweld barsten slaat in mensen, in samenlevingen, in onze planeet en hoe kostbaar het is wanneer licht toch weer doorbreekt.

Niet te vergelijken met de verschrikkingen van concentratiekampen - en dat zou ook niet helpen - maar genoeg om te weten wat er gebeurt wanneer een systeem je reduceert tot minder dan mens.

Ik was 17. Fel en activistisch. Vol idealen. En ineens zat ik in een cel waar ze mijn wil wilden breken. Om staande te blijven, kon ik maar één ding doen: hard worden.

Hardheid is een schild. Maar het is ook een last. Het woekert, zoals onkruid in een tuin. Het neemt ruimte in die eigenlijk voor zachtheid bedoeld is.

Na mijn vlucht naar Nederland heb ik jaren nodig gehad om weer te leren leven. Het waren vooral de kleine momenten die me zijn bijgebleven. Een glimlach op een perron, iemand die rustig de tijd nam om iets uit te leggen, een kop thee zonder dat ik erom vroeg. In een periode van onzekerheid voelden zulke gebaren als ankers. En ze zeiden: je mag hier even landen.

Ik leerde weer te voelen.

En ik leerde weer dat zachtheid geen zwakte is, maar een terugkeer naar menselijkheid.

En nu, in deze tijd van wachten, van onzekerheid, in een tijd waarin mijn geboorteland opnieuw verscheurd wordt door oorlog en nog steeds onderdrukking, meedogenloze wreedheid, voel ik die oude spanning terugkeren. Oorlog is verwoestend. Het wrede Iraanse regime kent geen genade.

En ik vraag me af: Wat staat ons land te wachten? Wat staat mijn volk te wachten?

Ik merk dat mijn zelfverweer dat altijd zo sterk was even niet werkt. Er is geen verhaal van activisme, geen verhaal van hoop dat vooruitloopt.

Er is stilte.

Een stilte die voelt als een Vier Mei die maar niet ophoudt. Twee oneindige minuten . . . Stil, omdat het verhaal nog geen woorden heeft gevonden. Stil, omdat de vrijheid lonkt, maar de Vijfde Mei in Iran en op zoveel andere plekken op aarde uitblijft

In mijn eigen verhaal is een barst gekomen. Een barst die verwarring brengt, die blokkeert, die het licht dempt dat ik altijd ergens zag zelfs in de donkerste cellen.

Mijn ziel is bedroefd.

Maan en licht zijn even ondergegaan. Maar ik ben niet gebroken.

Het verhaal komt.

De zielepijn gaat voorbij.

En wanneer de tranen mijn wangen bereiken, wanneer het licht zich weer laat zien, zal het verhaal opnieuw geboren worden.

En precies daarom weet ik hoe gevaarlijk onverschilligheid kan zijn. Misschien is niet haat het gevaarlijkste beginpunt van uitsluiting, maar het moment waarop we zeggen: “Het is erg, maar het is niet mijn probleem.”

Onverschilligheid begint zelden met kwaadwillendheid. Ze begint met vermoeidheid, met angst, met het gevoel dat de wereld te ingewikkeld en ver weg is. Met het redelijke zinnetje: “Ik kan dit toch niet oplossen.”

Maar wanneer betrokkenheid leegloopt, ontstaat er ruimte die wordt opgevuld door hardheid, door simplificatie, door wij-zij-denken. Neutraliteit kan verstandig klinken. Maar wanneer neutraliteit wordt gekozen op het moment dat menselijke waardigheid wordt aangetast, verandert zij in stilzwijgende instemming.

Daarom is waakzaamheid geen groot gebaar. Het is een houding. Een keuze. Een dagelijkse oefening in menselijkheid.


[Afsluiting – herdenken als opdracht]

Herdenken is geen analyse. Het is een oefening in menselijkheid. Een oefening in waakzaamheid. Een oefening in aandacht.

Vanavond stonden we stil bij het morele raamwerk dat onderhoud vraagt, bij het verschil tussen kijken en zien, en bij het gevaar van onverschilligheid.

Maar uiteindelijk komt het neer op iets eenvoudigs: Wie willen wij vandaag zijn?

De manier waarop wij nu spreken over migratie, oorlog en minderheden – kortom, over mensen – vormt de archieven van morgen.

Toekomstige generaties zullen vragen: Wie sprak? Wie zweeg? Wie keek weg? En wie keek aan?

Herdenken is daarom niet alleen terugkijken, het is ook aankijken. En kiezen.

Kiezen hoe wij vandaag mens willen zijn. Kiezen om te blijven zien. Kiezen om te luisteren. Kiezen om het morele raamwerk levend te houden in kleine momenten van aandacht, moed en menselijkheid.

Dát is de opdracht van 4 mei: elkaar aankijken en zien.

En die opdracht begint hier.

Bij ons.

Nu.


Fama Koning, cellist en solist voor Houtens Kamerkoor Rondo