Toespraak burgemeester Karen Heerschop



Hieronder staat de volledige toespraak die burgemeester Karen Heerschop uitsprak op 4 mei 2026 op het Plein in Houten tijdens de Nationale Dodenherdenking.


Beste inwoners van Houten, beste aanwezigen,

“Vandaag en morgen

Elke dag, elke minuut, elke seconde keuzes maken

ons leven is een aaneenschakeling van keuzes maken

we maken allemaal andere keuzes

in een andere tijd

op een andere plek ”

Dit zijn een paar regels uit het gedicht Vandaag en morgen van Femke Allaart uit Lelystad. Zij schreef het gedicht in 2019, toen zij 15 jaar was, voor de dichtwedstrijd ‘Dichter bij 4 mei’. En het is waar: we maken allemaal onze eigen keuzes, zo ook vandaag. U heeft vandaag gekozen hier met elkaar, samen, bijeen te komen om te herdenken dat 81 jaar geleden een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. In de hoop en verwachting dat zoiets nooit meer zou gebeuren. En toch staan we hier vandaag met de kennis dat de oorlog in Oekraïne het vijfde jaar is ingegaan. Vijf jaar, precies de tijdsduur dat ons land voor het laatst bezet was. Na die vijf jaar konden wij vrede en vrijheid vieren. We denken vandaag daarom in het bijzonder aan de inwoners van Oekraïne, die al meer dan vijf jaar uitkijken naar vrede en vrijheid voor hen.  

Wij staan hier om te herdenken, om te herinneren, maar ook om te proberen te begrijpen. De geschiedenis leren begrijpen om in de toekomst de goede keuzes te maken. Want herdenken is niet genoeg, we moeten ook willen begrijpen wat er is gebeurd en misschien nog wel belangrijker: begrijpen welke keuzes mensen toen maakten.    

Maar begrijpen is niet eenvoudig. Geschiedenis is geen optelsom van feiten. Het is het verhaal van mensen. Van keuzes. Van moed… en van wegkijken.

De Tweede Wereldoorlog lijkt voor velen ver weg. Maar de littekens van de oorlog zijn nog altijd voelbaar. In de persoonlijke verhalen van ooggetuigen, zoals van mijn moeder van 91 die in de hongerwinter als klein kind per boot van Amsterdam naar Kolham in Groningen werd gebracht om aan te sterken op een boerderij. En straks…? Dan hebben we alleen nog de herinnering die zij ons hebben nagelaten. Wij worden de generatie die het moet doen zonder hun stemmen.

En daarmee groeit onze verantwoordelijkheid. Want de geschiedenis gaat niet alleen over wat er gebeurde. Maar over de keuzes die daaraan voorafgingen. Kleine keuzes. Grote keuzes. Zichtbare keuzes. Maar ook de keuze om niets te doen.

Die keuzes, in het klein en in het groot, bepaalden het verschil tussen leven en dood voor tienduizenden mensen. En ze leren ons iets van onschatbare waarde: dat moreel handelen mógelijk is, zelfs onder onmogelijke omstandigheden.

Tussen 1940 en 1945 moest iedere Nederlander kiezen. Niet één grote keuze op één dag maar duizend kleine keuzes, elke dag opnieuw. Kijk je weg als je buren worden opgepakt? Doe je de deur open voor een onderduiker? Teken je een formulier dat je als ‘arisch’ bestempelt, wetende dat daarmee een ander wordt uitgewist?

We kennen de verhalen van verzet. Van moedige mensen die opstonden. We kennen de verhalen van slachtoffers. Van mensen die alles verloren. Maar er is ook een ander verhaal. Het verhaal van de velen die geen held waren, maar ook geen uitgesproken daders. De stille meerderheid. Mensen zoals u en ik die leefden in een land dat zichzelf zag als veilig en beschaafd. Die dachten: dit zal wel meevallen. Dit gaat aan ons voorbij. En telkens opnieuw stonden zij voor keuzes.

De meeste mensen kozen voor overleven, begrijpelijk, menselijk, en zonder oordeel van onze kant. Maar er waren er ook die anders kozen. Die een deur op een kier zetten. Die een kind verstopten. Die een boodschap doorgaven. Die nee zeiden, ook al stond hun leven op het spel.

Ik zag deze week de documentaire De Vrouwenmars. Die ging over 116 vrouwen, gevangenen, die in de laatste dagen van de oorlog gedwongen een deportatiemars liepen van kamp Westerbork naar Groningen. Eén van de laatste wreedheden van de bezetter op Nederlands grondgebied. Ik wil vanavond in het bijzonder stilstaan bij de vrouwen in de oorlog want hun verhalen zijn te lang onderschat en te weinig verteld. De naamloze vrouwen die brood bakten voor onderduikers, die valse persoonsbewijzen door de stad sjouwden, die kinderen van vreemden als hun eigen kinderen liefhadden. Vrouwen die het risico namen en wier namen wij vaak niet eens kennen. Zij lieten zien: moed heeft geen geslacht. En verzet heeft vele gezichten.

De Tweede Wereldoorlog begon niet in mei 1940. Hij begon veel eerder met woorden. Met propaganda. Met de langzame normalisering van haat. Met wetten die kleine groepen mensen beetje bij beetje hun rechten ontnamen eerst hun banen, dan hun bezittingen, dan hun namen, en tenslotte hun levens. Langzaam werd het nieuwe normaal gevormd. Niet door één beslissing, maar door een opeenstapeling van keuzes. Zoals:

“Ik doe alleen mijn werk.”

“Ik heb toch geen invloed.”

“Het is maar een kleine stap.”